Invoer en uitvoer van commando's
Alles draait om invoer en uitvoer
Bij het gebruik van programma’s op de terminal draait het vooral om invoer en uitvoer. Zo maakt Linux het mogelijk om commando’s in een treintje achter elkaar uit te voeren. Niet alleen in volgorde uitvoeren, maar ook daadwerkelijk iets doen met de uitvoer van het voorgaande programma.
Stel we voeren het programma seq uit. Dit is een heel klein programma dat een reeks aan getallen toont.
$ seq 1 5
1
2
3
4
5
Het programma zal nu 1 t/m 5 tonen, ieder op een eigen regel. Maar wat als we dit willen omdraaien? Daarvoor zouden we sort kunnen gebruiken, inclusief de optie --reverse om te starten met 5 en te eindigen met 1.
$ seq 1 5 | sort --reverse
5
4
3
2
1
We hebben hier gebruik gemaakt van het principe van piping. Dit is te herkennen aan het karakter tussen de twee commando’s in (|). Met deze notatie geven we aan dat we het eerste commando willen uitvoeren en de uitvoer het eerste programma doorgeven aan het tweede programma.
Aanvullende presentaties
De terminal
Uitleg over wat de terminal en een terminalvenster is, inclusief de redenen om het te gebruiken. Ideaal voor eenieder die het terminalvenster wel eens heeft geopend, maar eigenlijk niet goed weet hoe het ingezet kan worden.
» Open presentatie: De terminalGebruikte termen en definities
- Piping
- Het koppelen van twee of meer programma's waarbij data (uitvoer) uit het voorgaande commando verwerkt door het opvolgende programma (als invoer)
- Shell
- Een software-component dat opdrachten verwerkt zoals uitvoeren van commando's en programma's en de uitvoer toont
- Terminal (opdrachtregel)
- Een tekstgebaseerde omgeving waarbij taken en commando's ingevoerd kunnen worden die verwerkt worden door de shell

Auteur: Michael Boelen
Dit artikel is gepubliceerd op en voor het laatst bijgewerkt op .